Rode Tranen
“Van de ene op de andere dag was ik patiënt. Ik was 39, moeder van twee jonge kinderen, had een baan en een leven dat gewoon doordenderde en ineens had ik borstkanker.”
Rode Tranen begint bij die verpletterende diagnose en volgt EM door operaties, bestralingen en chemo’s, tot ver voorbij de laatste behandeling. Midden in angst, pijn en onzekerheid gaat thuis het leven onverbiddelijk gewoon door. Er moet gegeten, gewerkt, geknuffeld en opgevoed worden en de zeven- en negenjarige ‘directie van het thuisfront’ houdt de boel verrassend goed bij elkaar.
Juist daar, tussen ziekenhuis en keukentafel, tussen verdriet en de volkomen alledaagse chaos van een jong gezin, zit de kracht van Rode Tranen. Het grote verdriet bestaat naast het gewone leven. En juist dat gewone leven biedt houvast wanneer alles wankelt.
Want beter worden blijkt iets anders dan beter zijn. Als de behandelingen voorbij zijn, verlangt EM terug naar het leven van vóór die ene diagnose. Maar haar lichaam is veranderd, haar hoofd heeft een flinke dreun gekregen en oud en vertrouwd blijkt niet zomaar meer te passen.
Rode Tranen is daardoor meer dan een boek over borstkanker. Het is het verhaal van EM en haar gezin die, terwijl hun wereld volledig op zijn kop staat, samen proberen het gewone leven vast te houden.
Rauw en pijnlijk waar het dat moet zijn, ontroerend zonder sentimenteel te worden en regelmatig onverwacht grappig. Want tussen vallen en weer opstaan, vasthouden en loslaten, ziekenhuisbezoeken en het leven thuis, blijft er ook ruimte om keihard te lachen. Rode Tranen laat zien dat doorgaan niet betekent dat alles weer moet worden zoals het was.

